Fietsen, eilanden en steden

December 22, 2011 § 2 Comments

Ik ben vrij slecht met updates ja. Foto’s zijn gewoon een stuk makkelijker 😉

Anyway, de vorige keer dat ik iets heb geschreven, zou ik bijna uit KL weggaan. Welgeteld een maand later ben ik nu in Chiang Mai (jaja, ik ben de grens overgestoken, voor mij net zo’n grote schok.), in het noorden van Thailand. Hier blijf ik waarschijnlijk tot net na oud & nieuw, of in ieder geval in de omgeving.

Enfin. Vertrekken uit KL dus. Makkelijker gezegd dan gedaan, en het is dan ook niet in een keer gelukt. Het muziekfestival waar ik over schreef was erg geinig, en typisch Aziatisch. In plaats van op een veld in the middle of nowhere, waar Europese festivals toch over het algemeen plaatsvinden, was dit in een shopping centre. There’s a first time for everything. Twee podia, een in een soort cafe, en de ander ‘buiten’ in een soort binnentuin, en alleen maar Maleisische poprock. Het publiek was een attractie op zich: de meeste Maleiers weigeren schijnbaar om vooraan te gaan staan, omdat zo de aandacht op hun gevestigd wordt en waarschijnlijk ook omdat ze het niet ‘cool’ vonden. Als resultaat was er dus een gigantisch gat vooraan, en vanaf ongeveer 5 meter afstand keek het publiek dus toe. Wij (het meisje wat me over het festival verteld had, een aantal vrienden van haar en ik) dus vrolijk wel vooraan, was erg leuk was. Lekker gegeten, en vervolgens weer teruggegaan naar het hostel.

Intussen had ik in het hostel vrienden gemaakt met twee jongens, een Australier en een Engelsman. De Australier (Michael) heeft een eigen IT bedrijfje, en werkt dus tijdens zijn reis. Zolang er een goeie internetverbinding is, kan hij dus gerust ergens langer blijven, met als resultaat dat hij begin dit jaar ook al 2 maanden in KL was geweest. De Engelse jongen (Henry) had via via een internship geregeld bij een groot reclamebureau in KL, en zou dus 3 maanden blijven om te werken. En ik ben gewoon erg slecht in KL verlaten. Het is toch een beetje een thuis geworden, ook al is de stad an sich niet zo geweldig. Oftewel, met z’n drieen hebben we dus de stad onveilig gemaakt, en zijn vrij letterlijk onderdeel geworden van het meubulair van het hostel. Henry  bleek toen zijn internship niet echt geweldig te vinden (hij is dyslectisch, en zijn baas had hem als copywriter aangenomen. Niet handig.), en ik was van plan om in het weekend richting Langkawi te gaan. Uiteindelijk Michael en hem ervan overtuigd dat ze allebei wat respite van hun werk moesten hebben, en afgesproken dat we dus met z’n drieen naar Langkawi zouden gaan. Ik ben eerst nog een dagje naar Ipoh geweest (klein plaatsje, niet heel veel bijzonders, maar DAMN GOOD tauge ayam (kip met tauge) en noedels gehad), en daarna doorgegaan naar Penang, waar ik opgehaald werd door de twee jongens, om de volgende dag met de boot verder te gaan naar Langkawi. Tip: mocht je ooit hetzelfde doen, neem drie lagen kleren mee voor op de boot. ‘Tis freezing. Airco op min 40 en gaan, lijkt de gedachte te zijn.

Eenmaal op Langkawi hebben we scooters gehuurd (ik achterop, ik vertrouw mezelf niet op zo’n ding) en zijn toen het halve eiland over gecrosst. Ontzettend mooie watervallen gezien (en eronder gezwommen), over wegen door de heuvels met haarspeldbochten gereden, en natuurlijk een aantal keer gestopt om bij een klein strandje te gaan zwemmen. ’s Avonds verse vis van de barbeque, en daarna uit. Repeat. Het was dus een vrij goed weekend. Enige ‘nadeel’? Michael en ik hebben Henry een beetje aangestoken met de travel bug, oftewel hij wilde zo snel mogelijk met z’n internship stoppen om te reizen. (Inmiddels is dat plan een keer of 8 veranderd, maar per kerst stopt hij inderdaad, een maand eerder dan gepland, en komt meneer richting Chiang Mai gevlogen voor oud & nieuw.)

Het idee was dat ik na Langkawi door naar Thailand zou gaan, maar dat plan is een beetje in het water gevallen. De jongens hebben het voor elkaar gekregen dat ik met hen teruggegaan ben naar KL, waar ik nog een week lang meer National Geographic en slechte films heb gekeken, lekker heb gegeten, naar Suria (winkelcentrum onder de Petronas towers) ben geweest en elke avond op het dak van het hostel naar de bliksem heb gekeken onder het genot van een Tiger of wat. Dagelijkse routine is zo slecht nog niet. Het enige echt nuttige wat ik toen heb gedaan is naar de Thaise ambassade gaan om een Thais visum te regelen. Als je naar Thailand vliegt, krijg je een standaard 30 dagen visum, maar als je overland komt, zoals ik, krijg je maar 15 dagen. Een visum voor 60 dagen, daarentegen, kost omgerekend ongeveer 30 euro en zorgt er dus voor dat ik niet elke 15 dagen weer een grens zou moeten oversteken. Zo gezegd, zo gedaan, een dag later had ik dus een visum wat tot eind januari geldig is.

Op vrijdagavond dan toch echt gedag gezegd tegen iedereen, met de belofte dat ik zowel Henry als Michael waarschijnlijk weer in Thailand of China zou gaan zien. Toen dus met de nachttrein naar Butterworth, en vanaf daar dan met een andere trein in een keer door naar Bangkok. Het oorspronkelijke idee was om naar een aantal van de zuidelijke eilanden te gaan, maar ik wilde heel graag eerst naar Bangkok. Ik kan me toch beter orienteren in een stad dan op een groep eilanden, en het werd toch wel eens tijd dat ik m’n university application essays ging afmaken. Zo gezegd, zo gedaan, en na bijna 30 uur in de trein in totaal was ik dan in Bangkok (BK)! De stad van chaos, van de overstromingen, van Khao San Road, van scammers. Tenminste, dat werd me verteld. Eerste persoonlijke indruk? Chaos – een beetje. Maar kom op, het is een Aziatische miljoenenstad, als je dan verwacht dat het verkeer erg rustig is kom je van een andere planeet. En ik heb door verbazingwekkend veel rustige achterafstraatjes gelopen – de echte chaos is vaak beperkt tot de grote straten. Overstromingen – vrijwel niet meer, en nauwelijks tot nooit in central BK, zover ik weet. Wel nog overal zandzakken, en tijdens een fietstocht een keer door het water gereden omdat die straat wat lager was dan andere straten. De omgeving van BK is daarentegen nog wel flooded, met als resultaat dat een gedeelte van mijn treinreis dus ook door het water was, en dat je vanuit de trein allerlei huizen zag die onder water stonden en verkeersborden en lantarenpalen en banken die middenin een meer leken te staan/drijven. Khao San Road (backpacker central) – ben ik eigenlijk vrij ver uit de buurt gebleven. Elke plek waar menukaarten in verschillende talen worden aangeprezen, je non stop wordt aangesproken of je naar een ping pong show wilt (zoek maar op) en het aantal farang (buitenlanders) ongeveer twintig keer zo veel is als het aantal Thai, is toch niet helemaal mijn ding. Overdag is het prima om even langs alle stalletjes te lopen om te zien wat voor kleren, tassen, schoenen, backpacks, klokken en andere snuisterijen je nog overal in Zuidoost Azie gaat tegenkomen, maar ’s avonds bleef ik er toch liever vandaan. Scams & con-artists – behalve in de buurt van Khao San Road, vrij weinig last van gehad.

Wat me voornamelijk opviel is het grote verschil tussen ‘oud’ en nieuw Bangkok. Oud Bangkok is waar de meeste grote tempels, het oude paleis, Khao San Road, Chinatown en hotels/hostels te vinden zijn. BK is gigantisch, en als je dus van A naar B wilt komen, moet je bijna wel een taxi of tuktuk nemen. De benenwagen is ook een optie, maar door de afstanden zie je daardoor veel minder dingen op een dag. Nieuw Bangkok is waar de meeste shopping centres zijn, waar de metro en de Skytrain (soort monorail) rijden, waar het financiele hart van de stad is en waar de Thai lopen te flaneren, eten en naar de film gaan. Een wereld van verschil dus, en meer dan een uur lopen vanaf het paleis (en ongeveer een half uur of veel meer met de taxi, depending on traffic). Die scheiding zorgde er dus voor dat ik de eerste paar dagen voornamelijk Chinatown en omstreken heb verkend, en het vrij rustig aan heb gedaan. Na een dag of 5 in het hostel waar ik sliep, zo’n 15 minuten lopen van Khao San Road, ben ik voor een aantal dagen naar een ander hostel verhuisd, in de buurt van het treinstation en het beginpunt van de metro. Zo kon ik tenminste makkelijk naar het nieuwe stuk van BK gaan, want dat wilde ik toch ook wel zien.

In een van die dagen heb ik ook een fietstocht met een organisatie gemaakt. Na twee maanden zonder fiets begon ik toch wel de vrijheid die eigen vervoer je geeft te missen, dus het was erg fijn om weer op een fiets te zitten. Het was een tocht van 5 uur, die per fiets en per boot gemaakt werd. We zijn in Chinatown begonnen, om door smalle soi (straten) vol met mensen, dieren en eten uiteindelijk aan te komen bij de pier. Fietsen in de longtailboat gelaten, en toen dus vanaf de Chao Phraya river de stad bekeken. De meeste toeristische attracties, en wat ik oud & nieuw BK heb genoemd, zijn aan de ene kant van de rivier. De andere kant wordt Thonburi genoemd, en is waar de hoofdstad van Siam een tijdje is geweest. Hier is het in verhouding veel rustiger dan aan de andere kant, en er komen ook veel minder toeristen. Na ongeveer een half uur met de boot zijn we aangemeerd en hebben we door rustige woonwijken en het ‘platteland’ gefietst. Intussen was het 11 uur (we waren om 7 uur ’s ochtends vertrokken), en werd het tijd voor de lunch. Lekker gegeten, om vervolgens weer met de boot terug te varen en een laatste stukje te fietsen. En toen moest ik dus de fiets weer inleveren. Dag fiets. Mag ik je niet nog heel even houden?

Dat idee bleef in m’n hoofd rondspoken, en uiteindelijk heb ik via internet dan toch een fietsverhuurder weten te vinden. Een aantal dagen later had ik dan een fiets, waarmee ik dus BK onveilig kon maken. De fietstocht die ik via Co van Kessel had gedaan, was erg leuk, maar uit veiligheidsoverwegingen hadden ze er ook voor gekozen om over zo min mogelijk drukke wegen te rijden. En laat ik dat nou net erg leuk vinden. Met mijn eigen fietsje kon ik dus zoveel en zover komen als ik wilde, en dus ook het drukke verkeer induiken. Het was geweldig. Elke dag zo’n 30 tot 40 kilometer gefietst, dwars door de stad. Afstanden die te ver leken om te lopen waren nu opeens prima te doen. Inmiddels was ik weer terugverhuisd naar mijn oude hostel, dus ik heb vrolijk elke dag van Niras (het hostel) naar nieuw BK (Siam square, Sukhumvit, Silom, mocht je dat wat zeggen) gefietst, en ’s avonds bij het paleis. GE-WEL-DIG. Ook een filmpje gemaakt, maar het uploaden is vrij lastig. Komt hopelijk nog.

Inmiddels was ik dus al meer dan een week in Bangkok, en werd het toch weer tijd om te vertrekken. Chiang Mai in het noorden klonk erg aantrekkelijk, maar aan de andere kant wilde ik ook wel weer een aantal dagen naar een kleiner stadje of een eiland. Ten zuidoosten van Bangkok heb je Ko Samet en Ko Chang, en naar een van die twee wilde ik dus ook. De trein van BK naar Chiang Mai is zo’n 15 uur, dus om die reis dan twee keer te maken was niet heel logisch. Ik ben daarom in het weekend naar Ko Chang geweest, even op het strand gelegen en rustig een boekje gelezen. Ook al hou ik ontzettend van de chaos van grote steden, het was toch erg leuk om weer even op een ontzettend laid back eiland te zijn. Weer fantastische vis gegeten, gebakken in zout ditmaal. Dat en sticky rice make me very happy…

Na het weekend dus weer terug naar BK. Niras bleek vol te zijn, dus uiteindelijk heb ik een hostel gevonden in de buurt van Silom, twee metrohaltes van het treinstation vandaan en in nieuw BK. Weer een fiets gehuurd, weer twee dagen rondgecrosst en in het park gelegen (Lumphini park is een aanrader – groot, met een meer waar schildpadden en lizards in rondzwemmen, een weg waar je mag fietsen en heel veel gras). Toen ook mijn treinkaartje naar Chiang Mai gekocht, en op dinsdagavond zat ik dan toch echt in de trein richting het noorden! Naast me sliep een Nederlands meisje van 27, daar erg gezellig mee gekletst. De treinreis was dus zo voorbij. Inmiddels dus in Chiang Mai, wat in verhouding tot Bangkok veel rustiger lijkt te zijn, en voornamelijk ook veel kouder. Overdag is het hier rond de 30 graden, maar ’s avonds koelt het af tot een graad of 15, wat echt ijskoud lijkt als je dat niet meer gewend bent :). Chiang Mai is ook redelijk vlak, en is dus ook prima om te fietsen. Als resultaat zie je dus vrij veel andere toeristen op de fiets. Best maf, aangezien ik in Bangkok toch wel de uitzondering was.

Zo. Meer dan 2200 woorden later is het wel weer mooi geweest. Ik kan niet garanderen dat de volgende update sneller zal komen 😉 Foto’s komen daarentegen wel snel.

Tot de volgende keer! (en een fijne kerst & een gelukkig nieuwjaar!)

Advertisements

Tagged: , , , , , , , , ,

§ 2 Responses to Fietsen, eilanden en steden

  • Lilian says:

    Merry Xmas, meissie! ;-).

  • Jessica says:

    Hee kirs wat een lang verhaal hahaha een kwart scriptie 🙂 had je mn mail nog gehad met de recommendation letter? Ik wil em nog best voor je aanpassen etc en dan moet het dus via die site die je me had gemaild?

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s

What’s this?

You are currently reading Fietsen, eilanden en steden at Lost in Asia.

meta

%d bloggers like this: